woensdag 24 maart 2010

Amsterdam Golfshow 2010

Nee, ook de golfindustrie ontkomt niet aan de malaise. Zoveel werd afgelopen weekend pijnlijk duidelijk tijdens de Amsterdam Golf Show in de RAI. Een ontluisterend kleine schare – in tegenstelling tot 2009 – bezoekers was bereid om € 17,50 (als je geen gebruik had gemaakt van een van de vele kortingsacties)neer te tellen om zich te laven aan een overvloed van pré-crisis golfreizen, 2de huizen, espresso-apparaten, jetstream badkuipen, massagestoelen, magische kralen en meer must-nice-to-have’s. Zelf mental coaches, om je golfdepressie de baas te worden, ontbraken niet.
De lamlendigheid van verveelde standhouders werd gemaskeerd door een onnatuurlijk aandoende vrolijkheid. “Nee, het gaat goed. Ja minder bezoekers maar kwalitatief beter” was het ontkennings adagium. Ach, wie weet reageert inderdaad iemand op het aanbod uit de soms krakkemikkig inelkaar gezette flyer of professioneel geproduceerde in hoogglans uitgevoerde brochure. De geest van de negatieve ROI was echter zichtbaar uit de fles ontsnapt en waarde vrijelijk door de hal. Zelfs het ons-kent-ons sfeertje kwam maar niet van de teebox; de bekenden hadden verstek laten gaan. Voor zelfbevestiging moest je dit jaar diep graven.
Het lijkt erop dat de branche zich nog steeds waant in een wereld van ongebreideld spenderende consumenten, dat golf nog steeds gespeeld wordt door hen die het ultieme geluksgevoel ontlenen aan een GPS systeem met alle golfcourses in de wereld gedownload, waar ze minimaal drie per jaar van bezoeken. Ultieme beleving bestond vooral uit het veel gebruikte standevent om het aantal koffieboontjes, ballen, tees en al het andere wat los en vast zit, verpakt in een koddig omhulsel, te raden om daarmee iets in de wacht te slepen. Maar, daar moest je in de meeste gevallen wel tot 17:00 uur blijven, terwijl je na een krappe 90 minuten al naar lucht snakte. Virtual reality in optima forma.
Dat de golfend Nederland (en de wereld)is veranderd, lijkt ook voorbij te gaan aan de merendeel van banen. Zij bevinden zich in een ontkennigsfase van mytische proporties. Wachtlijsten zijn verdampt, de eerste kwartaalcijfers(ok, we hebben een strenge winter gehad)zullen ronduit dramatisch zijn, teaching pro’s zoeken naarstig naar andere inkomstenbronnen, bedrijven trekken zich massaal terug qua sponsoring en andere activiteiten (schattingen spreken van 20-25% minder inkomsten); het lijkt de directies van de meeste banen niet te deren.
Sommigen begrijpen het en flexibiliseren de torenhoge instapgelden door afbetalingsregelingen aan te bieden voor een lidmaatschap (zonder woekerpolis) of andere alternatieven. Kern van marktwerking is echter voor de meeste nog steeds waste land. Het merendeel van spelers bestaat uit vrije golfers en die groep is groeiend. Zij zijn niet gevoelig voor dat prestigeuse (in the eyes of the beholder) lidmaatschap maar zijn op zoek naar een mooie beleving. Zij hoeven niet zo nodig aan de anachronistische dames- of herenochtend mee doen. Zijn niet geinteresseerd in de clubroddels, de bridge wedstrijden en theemiddagen voor leden van eer. Voor hen gelden andere wetten.
Helaas zijn woorden als service, klantgerichtheid en –binding buitenaardse woorden voor de gros van banen in Nederland. Alsof dat stuk grasland door God’s hand is neergelegd voor de bevoorrechten die ‘in het geloof zijn’. En bij diezelfde God’s gratie en met zuinige toestemming van de chagerijnige doktersvrouw (“Is misschien leuk voor je schat.”)achter de receptie, wiens enige notie van malaise is dat sommige buren hun huis in de verkoop hebben, mag je een klein fortuin neerleggen om, in de gaten gehouden door de bij de vrijwillige buurtwacht geweigerde marshall, heilige grond te betreden.
Dat een (vrije)golfer kritisch kijkt naar het “waar voor je geld” principe, zich herkent, erkent en gewaardeerd wil voelen, is wartaal voor de meeste golfbanen. In Golfers Magazine december 2009 breekt o.a. de VGN een lans voor meer klantgerichtheid en flexibiliteit. Of deze magische woorden door zullen dringen tot de dovemansoren van de dichtgeslibde zelfgenoegzame golfbaanexploitanten is vooral afhankelijk van zelfonderzoek en –inzicht.
Wellicht gaat er echt iets veranderen als eind 2010 de balans wordt opgemaakt, de gaten in de begrotingskaas zichtbaar worden, de vinger in de dijk niet meer helpt en de eerste greens rood kleuren. Dat zal niet alleen voor de golfbanen gelden maar voor de hele golfindustrie.
De ongewilde serene rust op de Amsterdam Golf Show stond in schril contrast met de drukte in de hal ernaast. Daar werd, o ironie, De Carrièrebeurs gehouden.
Ik kijk uit naar een mooi golfseizoen.
Senne A. Sultan
Axxion Loyalty Marketing

Geen opmerkingen:

Een reactie posten